Wat heeft een hoogbegaafd kind nodig?
Een hoogbegaafde leerling is gebaat bij:
1. Een goede begeleider;
2. Onderkennen van het hoogbegaafd zijn;
3. Vermijden van de confrontatie met de omgekeerde ontwikkelingsgang.
Een goede begeleider.
Bij het begeleiden van een (hoog)begaafd kind is het als eerste vereist dat de begeleider goed met het kind overweg kan. Hij moet het kind kunnen begrijpen en deel kunnen hebben aan zijn wereld. Alleen als de begeleider ervaringen heeft die gelijk zijn of parallel lopen met de ervaring van het kind, dan kan hij vanuit zijn eigen zelf aanvoelen hoe het is om (hoog)begaafd te zijn. Theorieën gedachtegangen, stellingen en zelfs methoden kunnen pas van pas komen indien ze verstandig gebruikt worden. De psychologische wereld van (hoog)begaafde leerlingen is te complex om er zomaar wat theoretische modellen op los te laten. Toch is een ruime kennis van psychologie een vereiste voor begeleiding.
Onderkennen van het (hoog)begaafd zijn.
Hoe eerder bij een kind ontdekt wordt dat er sprake zou kunnen zijn of is van (hoog)begaafdheid, hoe beter het voor het kind is. Op hele jonge leeftijd zijn veel problemen nog te voorkomen. Het merendeel van deze kinderen wordt echter pas ontdekt als ze negen of tien jaar oud zijn. Helaas hebben ze dan al vaak een aantal jaren negatieve ervaringen opgedaan. Een kind dat tot zijn veertiende, vijftiende jaar doorgesukkeld heeft, draagt zoveel problemen met zich mee, dat het zowel voor het kind als voor zijn omgeving bijna onmogelijk is geworden om de nodige afstand op te brengen. Het kind wordt, door zowel zichzelf als zijn omgeving, met problemen geïdentificeerd. In zo'n geval moet er buitengewoon veel energie en tijd gestoken worden om weer een enigszins neutrale uitgangspositie te vormen.
De omgekeerde ontwikkelingsgang.
(Hoog)begaafde kinderen kunnen zich thuis, zolang ze nog niet naar de peuterspeelzaal of naar groep 1 van de basisschool gaan, meestal vrij en ongehinderd in hun eigen tempo ontwikkelen. Hoe meer ze in contact met anderen komen, hoe meer dit verandert. Ze worden vaak geconfronteerd met 'de omgekeerde ontwikkelingsgang'. School confronteert kinderen met gemiddelde intelligentie steeds met nieuwe stof en met steeds moeilijkere bewerkingen. Een (hoog)begaafde leerling wordt meestal geconfronteerd met leerstof die hem in welke vorm dan ook reeds grotendeels bekend is. Van de leerlingen wordt dan toch grote betrokkenheid verwacht. Of, en dat is nog verwarrender, dat het zich een methode aan moet leren of wennen die haaks staat op zijn persoonlijke manier van leren.
Ter illustratie een voorbeeld:
Het kind leest verhalen. Logischerwijs is de verwachting dat school hierop inspeelt en steeds ingewikkelder teksten met steeds moeilijkere en onbekende woorden aanbiedt. Het tegenovergestelde blijkt echter waar.
Terug